Annelies Lobeau | Baby’s
131
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-131,page-child,parent-pageid-108,ajax_fade,page_not_loaded,,footer_responsive_adv,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Baby’s

A baby makes
love stronger,
the days shorter,
the nights longer,
savings smaller
and a home happier...

Indicaties

Overmatig huilen, onrust, slaapproblemen

wat

Het is normaal dat een pasgeborene huilt bij honger, kou of moeheid. Maar in sommige gevallen lijkt het kindje te huilen’ zonder reden’ en is het ontroostbaar. Een eerste stap is het uitsluiten van ziektes door de huisarts of kinderarts. Als deze geen medische bijzonderheden vindt, kan osteopathie een uitkomst zijn. Osteopathie mag trouwens ook gegeven worden naast medische behandeling, bv als de baby maagzuurremmers toegediend krijgt ivm spugen/reflux.

oorzaak

De onrust als basis van dit huilen wordt door ons, osteopaten, vaak gevonden in een te grote spanning van bepaalde hersenvliezen (zowel onder het schedeltje als de vliezen die zich dieper in het hoofdje, tussen de verschillende hersendelen bevinden). Er is een soort verwringing ontstaan van deze vliezen doordat onder andere ook de botdelen van het schedeltje wat verwrongen werden (tijdens de geboorte, al dan niet met zuignap). Bovendien is bij een pasgeborene het schedeltje heel vervormbaar. In plaats van de schedelbeenderen die je bij volwassenen ziet, bestaan de meeste schedelbeenderen bij een baby nog niet uit 1 stuk.  Ze zijn eerder een verzameling eilandjes van bot die zich in membranen of een soort harde vliezen bevinden.

De onrust (dit kan zich ook uiten in overdreven en te frequente schrikreacties) kan ook deels toegeschreven worden aan een blokkade in de nek/ schedelbasis, waardoor de baby niet goed in staat is alle binnenkomende prikkels uit de omgeving te kanaliseren of te plaatsen. Het kindje wordt dus eigenlijk continu overprikkeld en is daardoor onrustig.

Huilen komt vaak voor in combinatie met één of meerdere van de hierna opgesomde indicaties.

Overstrekken, 'zogezegd te sterke' baby's

wat

Hierbij wordt bedoeld het (heel) ver strekken van de nek en de rug en soms ook het optillen van de billen in ruglig. Ook bij het vastpakken strekt het kindje zich krachtig naar achter. Vaak steunen ze zogezegd al met de voetjes zoals bij rechtstaan. Bij een pasgeborene bestaat wel ook de steunreflex als het voetje contact maakt met een tafel of uw schoot, maar bij overstrekkertjes duurt dit langer. Het is trouwens ook niet normaal dat een pasgeborene zo lang kan ‘rechtstaan’ op je schoot… Zelfs al beweren bepaalde hulpverleners ‘kijk eens hoe sterk je baby al is! (…)

Het is heel belangrijk om te weten dat deze strekking gebeurt door een te hoge spanning in de spieren door een nekblokkade en dus niks te maken heeft met kracht! Dit is een essentieel verschil!

waarom

Het overstrekken heeft oa te maken met het gewricht tussen het hoofdje en de eerste nekwervel, dat in overstrekte positie geblokkeerd is. Het kindje voelt zich beter als het kan ‘toegeven’ aan deze houding en dus het hoofdje naar achter kantelen.

Je kan dit vergelijken met als er iets in je nek geschoten is, je je nek ook liefst houdt naar de kant die geen pijn doet. Door deze overstrekking in de nek, strekt het kindje vaak ook de ganse rug. Overstrekken komt vaak voor in combinatie met een voorkeurshouding.

De pasgeborene kan beginnen huilen als het op de rug wordt gelegd op het bedje of in de box. Dit komt door een overprikkeling van het achterhoofdsbeen en de wervelkolom in ruglig. Vaak stopt de baby met huilen als je hem oppakt, aangezien die overprikkeling dan ook wegvalt. Onterecht wordt hier vaak gedacht dat het kindje al verwend wil worden.

gevolgen

Dit overstrekken kan de normale motorische ontwikkeling van de baby in het gedrang brengen. Bijvoorbeeld in de periode dat de baby beentjes en hoofdje meer moet leren buigen of naar voor brengen om zo te kunnen draaien naar buiklig.

Het is dan ook belangrijk dat dit overstrekkingsprobleem snel herkend wordt. Het is immers een goed te behandelen blokkade of bewegingsbeperking. Daarentegen, hoe ouder de baby wordt, hoe krachtiger sowieso zijn strekspieren (in rug en nek) worden, en zo zou het probleem alleen maar bestendigd of in stand gehouden worden…

Afplatting hoofdje, asymmetrie, voorkeur voor 1 kant, KISS-syndroom

wat

Hierbij valt op dat de baby te vaak met het hoofdje naar 1 zijde gedraaid blijft liggen. Door de éénzijdige druk op het achterhoofdje ontstaat er vaak (en snel, gezien bij een pasgeborenen de schedel nog zacht is) een vervorming en afplatting van het achterhoofdsbeen (=plagiocefalie) (cfr foto).

De vervorming wordt zelfs soms zichtbaar in het aangezichtje (thv kaaklijn bv).

Een voorkeursligging kan een afplatting van de schedel geven, maar andersom kan een vervorming van de schedel ook een voorkeursligging geven.

Het KISS-syndroom is een afkorting van een Duits samengesteld woord: Kopfgelenk-Induzierte Symmetrie-Störungen. Het komt neer op een bewegingsverlies thv de schedel en/of bovenste nekwervels, vaak ontstaan tijdens het geboorteproces.

Het KISS-syndroom is uiteindelijk maar een opsomming van symptomen. We moeten altijd kind per kind nagaan wat juist de oorzaak is van deze verzameling van symptomen.

Verschillende bewegingsbeperkingen kunnen immers leiden tot gelijkaardige klachten, maar een heel verschillende behandeling nodig hebben!

Wij proberen dus de kindjes niet in vakjes als KISS-syndroom of huilbaby of refluxbaby te stoppen, maar gaan bij elk kind afzonderlijk op zoek naar wat er bij hen vastzit. De ‘stempels’ van reflux en KISS zijn enkel nuttig in het herkennen van een indicatie voor osteopathie.

oorzaak

Oorzaak van deze voorkeur kan een positie in de baarmoeder zijn, of een blokkade tijdens de bevalling (te snelle of langdurige bevalling of andere complicaties).

gevolgen

Een voorkeursligging is een sterk beperkende factor in de motorische (bewegings-) ontwikkeling en ook in de sensorische (gevoels-)ontwikkeling. Want het kind krijgt maar informatie uit of voeling met ‘1 kant van zijn leefwereld’.

Bij bijvoorbeeld kruipen kan het, dat hij niet in staat is de handjes en knietjes kruiselings en afwisselend te bewegen. Deze kindjes kruipen ofwel niet, of schuiven of de billetjes (poepschuivers) of tijgeren (sluipen) (eventueel op 1 kant).

Een voorkeursrotatie kan zich uiten in het feit dat de baby een voorkeur vertoont voor linker- of rechterborst van de mama, namelijk de kant naar waar hij het gemakkelijkste draait. De mama kan dan aan de andere borst problemen zoals borstontsteking krijgen door onvoldoende lediging.

hoe lang behandelen

Het aantal behandelingen zal afhangen van hoe ver gevorderd de afplatting is en hoe vroeg we erbij zijn. Sowieso herkent een osteopaat sneller een plagiocefalie dan een leek. Een osteopaat kan met haar fijne tastzin de botten al voelen vastzitten nog vóór de afplatting zichtbaar is. Een check-up bij de osteopaat kan je al snel informatie geven over bepaalde (bewegings-)problemen, al dan niet in ontwikkeling.

Het is heel belangrijk dat genoeg tijd wordt gelaten tussen 2 opeenvolgende behandelingen. Het kan zijn dat je in het begin nog niet veel verandering ziet. Dit heeft te maken met het feit dat we moeten wachten op een groeispurt om verandering te zien. Eigenlijk kan je de babyschedel simplistisch bekijken als een hoofdzakelijk zachte ‘bol’ plasticine, en een hard stuk plasticine op de plaats van de afplatting achteraan of aan de zijkant. Wij als osteopaat, ontspannen die ‘harde’ plaats, zodat ze weer ‘zachter’ wordt. En dan is het even wachten op een ‘brain spurt’ (een groeispurt van de hersenen) die de platte kant van de schedel weer gaat naar buiten duwen, zodat het hoofdje zijn symmetrie terugvindt.

Een osteopaat die regelmatig baby’s behandelt, weet heel goed hoeveel tijd er tussen 2 behandelingen moet, dit wordt oa bepaald door hetgeen zij voelt reageren tijdens de behandeling. Vanaf de 3 à 4e behandeling is een tussenperiode van meerdere weken aangewezen (niet 1 of 2 weken!). Indien uw osteopaat een te snel behandeltempo te lang aanhoudt, wordt het kind over-behandeld. Dit is geen osteopathie!

Osteopathie gebeurt met respect voor het lichaam, en een baby moet de tijd krijgen om de behandeling (indien naar behoren uitgevoerd en met zin voor verantwoordelijkheid naar het kindje toe) te verwerken.

Moeilijk drinken, zuig- of slikproblemen, overmatig kwijlen

wat

Hier gaat het over:

  • baby’s die zich vaak verslikken tijdens het voeden
  • baby’s die heel lang doen over een fles, , die veel pauze nodig hebben
  • baby’s die zelfs in slaap vallen tijdens het drinken
  • baby’s die te weinig krachtig zuigen
  • baby’s die verkeerd zuigen (lucht zuigen naar tepel)
  • overmatig kwijlen

oorzaak

De oorzaak van deze klachten situeert zich ter hoogte van de schedelnaad achteraan en opzij van het hoofdje. Hier kan de doorgang van de zuig- en of slikzenuw beklemd worden door een blokkade tijdens een moeilijke bevalling bv.

Ook en vooral met borstvoeding uit dit zich in problemen.

Neusproblemen (knorren, snurken,…) en luchtweginfecties

wat en oorzaak

Door bijvoorbeeld een aangezichtsligging*, een moeilijke tangverlossing, of langdurige druk van het handje in het gezichtje, kan het voorkomen dat de schedelbotjes van en rond de neus minder goed beweeglijk zijn. De druk die het kind gehad heeft op het gezicht en de nek heeft invloed op de ademhaling. Bij pasgeborenen is de neusademhaling erg belangrijk, vooral in de eerste 3 maand. Een verstopte neus geeft dan ook tijdens het drinken veel problemen. Ook de kans op infecties neemt toe en deze kan zich uitbreiden naar de bij- en voorholten (sinussen) en naar de keelholte. De baby kan dan snurken en snuiven tijdens het voeden en slapen. Hoesten is nog moeilijk gezien de hoestreflex nog niet aanwezig is. Het kan voorkomen dat door een slechte afvoer/drainage van het neusslijmvlies in ruglig er een druppelinfectie naar keel en longen optreedt. Dit resulteert vaak in bronchitis! Ook bij kinderen die wat ouder zijn en niet gecorrigeerd werden op baby-leeftijd, zie je dat een loopneus blijft bestaan, of een verstopte neus zelfs als zijn ze niet verkouden, of snurken.

gevolgen

Dit kan een reden zijn waarom deze kinderen gevoeliger zijn voor infecties zoals bronchitis, sinusitis. Ook bij kinderen met astma is het neusgebied een belangrijk te behandelen regio!

behandeling

Door het herstel van de beweeglijkheid van de botstructuren van en rond de neus, zal  de functie van het neusslijmvlies zich herstellen en minder gezwollen zijn. De ventilatie in de sinussen kan zich dan ook herstellen en de infectiekans neemt af.

* aangezichtsligging: dit is niet de meest voorkomende presentatie van een babyhoofdje bij geboorte. In plaats van het achterhoofdje presenteert zich het aangezichtje, hierdoor krijg je niet alleen een felle strekking van de nek, maar ook een hoge druk op het aangezichtje. Een achterhoofdje is steviger en er beter ‘op gemaakt’ om als eerste deel zich te presenteren bij geboorte.

Spijsverteringproblemen (reflux, spugen, krampjes, obstipatie, diarree,…)

wat

Een baby kan overgeven tijdens, vlak na of iets langer na de voeding (bv 1u). Soms gaat dit gepaard met intens huilen; dit is door de prikkeling van de slokdarm door de zure maaginhoud. (of combinatie met huilbaby-oorzaken, cfr 1.b.1.1 (aanklikbaar)).

oorzaak

Het is hier wel belangrijk om bepaalde voedingsallergieën of intoleranties uit te sluiten (normaal gezien moet de kinderarts dit kunnen bepalen). Soms kan verandering van flesvoeding al een groot verschil maken (te bespreken met vroedvrouw en/of kinderarts).

Verder kunnen spijsverteringsproblemen te maken hebben met een blokkade van één van de bovenste nekwervels. Deze blokkades kunnen voorkomen ten gevolge van een moeilijke bevalling met hulpmiddelen (vacuüm bv), maar zeker ook bij een natuurlijke bevalling. Of door een verkeerde houding in de baarmoeder.

Deze blokkade kan de 10e hersenzenuw (nervus vagus) irriteren. Dit is een zenuw die uit de hersenen komt en die een groot aantal organen van het spijsverteringsstelsel voedt.

Zo kunnen op elke plaats van de spijsverteringsbuis (van mond tot poep) problemen of knelpunten ontstaan. Mogelijke gevolgen: darmkrampjes*, obstipatie, windjes*, …

behandeling

Als de osteopate de schedelbasis en nekwervels kan deblokkeren, gebeurt de sturing vanuit de nervus vagus naar de spijsverteringsorganen terug normaal. Vandaar dat dan klachten als spugen, krampjes en obstipatie zich kunnen oplossen. Hierbij moet benadrukt worden dat wij natuurlijk het ganse lichaam onderzoeken op zoek naar beperkingen. Het probleem kan zich evengoed in het bekken of de lagere wervelkolom bevinden!

Het bekkentje van de baby kan bijvoorbeeld vastzitten door het duwen op de buik van de mama tijdens de bevalling.

Het spugen kan verbeteren op het moment dat het kindje met vaste voeding begint, maar dit is veelal een maskering van het probleem. Bij het drinken van melk blijven de klachten nog duidelijk en zolang de oorzaak niet opgelost is, kan het kind spijsverteringsklachten vertonen.

*Darmkrampjes en windjes kunnen ook te maken hebben met een verkeerd zuig-/slikmechanisme van de baby

Herhaaldelijke oorontstekingen

oorzaak

Bij baby’s spelen een paar factoren in hun nadeel om oorontstekingen te krijgen in vergelijking met volwassenen.

  • Hun buis van Eustachius* is zachter van structuur, er heerst ahw een negatieve druk en opent zich niet altijd wanneer hij moet
  • de buis loopt horizontaler (tmm vorm hoofdje) dus krijg je minder gemakkelijk afvoer van vocht uit het middenoor

Vaak zijn oorontstekingen het gevolg van een andere ontsteking (neusverkoudheid of sinussen).

* de buis van Eustachius = de verbinding tussen het middenoor en de keelholte

behandeling

De osteopate kan helpen om de beweeglijkheid van alle botstructuren van de schedel te herstellen zodat de ventilatie en drukregulatie herstelt.

Zo kunnen we bekomen dat in de periode dat kindjes het gevoeligst zijn voor oorontstekingen, zich  sneller kunnen herstellen of zelfs in totaal minder oorontstekingen krijgen.

Het is belangrijk om weten dat liefst niet wordt behandeld op een baby met koorts. Als de acute ontsteking verdwenen is, kan men wel behandelen.

Laat/niet kruipen, billenschuiven

oorzaak

Overstrekken kan een oorzaak zijn van laat of niet kruipen. Overstrekkertjes vertonen immers veel meer spanning (initieel heeft dit niets met kracht te maken!) aan de strekzijde van hun lichaam (nek en rug). Je kan je voorstellen dat dit tegenwerkt als je om te kruipen,  vanuit buiklig je beentjes moet buigen om de knietjes onder het lichaam te plaatsen. Aan beginnende kruipleeftijd (vanaf 8, 9, 10 maand) is het dan zeker aangeraden om eens een check-up te laten uitvoeren bij de osteopaat. Zie je eerder al tekenen van overstrekking of asymmetrie, kun je alleen maar tijd winnen (hoe langer men wacht, hoe meer de éénzijdige bewegingspatronen zich installeren in het lichaam).

Ook bij voorkeursrotatie is problemen met kruipen een evident gevolg! Een voorkeursligging is een sterk beperkende factor in de motorische (bewegings-) ontwikkeling en ook in de sensorische (gevoels-)ontwikkeling. Want het kind krijgt maar informatie uit of voeling met ‘1 kant van zijn leefwereld’. En bij kruipen dus kan het, dat hij niet in staat is de handjes en knietjes kruiselings en afwisselend te bewegen. Deze kindjes kruipen ofwel niet, of schuiven op de billetjes (poepschuivers) of tijgeren (sluipen) (eventueel op 1 kant).

behandeling

Is uw baby laat met de grote stappen in zijn/haar motorische ontwikkeling (rollen, zitten, kruipen, stappen), aarzel niet om een osteopaat te contacteren. Misschien zit er iets vast, wat kan gedeblokkeerd worden en het kindje zich zo verder kan ontwikkelen!

We bekijken natuurlijk telkens het ganse lichaam. Evengoed situeert het probleem bij niet kruipen zich simpelweg in het bekken.